“Wat gebeurt er eigenlijk op het terrein van ’t Kasteelke wanneer het donker wordt?”
Wie overdag over het terrein van ’t Kasteelke wandelt, ziet volop leven. Vogels in de bomen, insecten tussen het gras en misschien een eekhoorn of ander klein dier dat snel een veilig heenkomen zoekt. Maar ook wanneer het donker wordt, blijft het verrassend druk, zo blijkt nu.
Onlangs heeft een insectenkenner uit de regio gekeken welke insecten er op en rond ons terrein voorkomen. Daarvoor werd een speciale lichtval geplaatst. Nachtvlinders worden door het licht aangetrokken en kunnen zo tijdelijk worden bekeken. De volgende ochtend zijn de vlinders zorgvuldig geïnventariseerd en uiteraard weer vrijgelaten.
Een verrassende vangst
Na slechts één nacht bleek al hoeveel verschillende soorten zich rond ’t Kasteelke verschuilen. Tussen de waarnemingen zat zelfs een (voor Nederland) zeldzame eendagsvlieg, de Geringde driestaart. Een mooie en onverwachte ontdekking, die laat zien dat een historisch erf niet alleen cultuurhistorisch waardevol kan zijn, maar ook een belangrijke plek vormt voor planten en dieren. Ook was er een grote Ligusterpijlstaart in de val gevlogen (zie de foto hieronder).
Jonge uilen op het erf
Ook onze uilenkasten worden goed gebruikt. Op het terrein hangen drie uilenkasten en dit jaar zijn daarin maar liefst tien jonge uilen grootgebracht: vijf kerkuilen en vijf steenuilen.
Vooral voor de steenuil zijn erven met oude gebouwen, weilanden, bomen en voldoende insecten aantrekkelijk. Kerkuilen vinden in schuren, kasten en rustige gebouwen geschikte plaatsen om te broeden. Vanaf het erf kunnen beide soorten op zoek naar muizen, insecten en ander voedsel.
Het blijft bijzonder om te weten dat deze dieren hier ’s nachts rondvliegen, vaak zonder dat onze gasten of wijzelf daar veel van merken.
Naast het proberen de cultuurhistorische waarde te behouden, vinden het minstens zo belangrijk dat er de natuur zijn gang kan gaan. Oude bomen, rustige hoekjes, grasland, nestkasten en de afwisseling tussen gebouwen en groen bieden leefruimte aan veel verschillende dieren. Het lijkt allemaal goed samen te werken, omdat we hebben geleerd hebben dat minder doen voor de natuur vaak beter is.






